Elk jaar maak ik rond september/oktober kaarsen. Mijn vader is een grote hulp hierbij, want die spaart altijd kaarsenvet gedurende het jaar voor me op. Zelf stook ik ook graag kaarsen en als ik al mijn kaarsen heb opgebruikt en ik houd daar dan van over, dan smelt ik de restjes opnieuw.

Creatief en duurzaam

Door je restjes op te smelten en van tevoren apart weg te zetten beland overgebleven kaarsvet niet in het afval. Inmiddels smelt ik ook alles eerst op kleur en pas daarna ga ik kleurtjes bij elkaar zoeken en in delen gieten.

Ik begin altijd met plaatjes smelten. Je selecteert bijvoorbeeld eerst alle rode kleuren bij elkaar en smelt er dan een plaatje van. Ik gebruik daarvoor van die aluminium bbq schaaltjes. Kost niks en het is veilig om te gebruiken (zie foto links onder en midden onder).

Als het plaatje klaar is, zet je die apart in een mandje. Gedurende het jaar kan je er voor kiezen om alleen plaatjes te smelten. Dat ruimt lekker op en is niet zo tijdrovend als alles in een keer willen smelten. Plus, hoe langer je spaart en omsmelt tot plaatjes. Hoe meer kleurtjes je hebt om straks in je zelfgemaakte kaarsen te stoppen :), wat het gietproces alleen maar leuker maakt πŸ™‚

Dan, tegen dat het tijd wordt om kaarsen te gaan maken. Ga je eerst al je mallen (gekocht of uit melkpakken of pringlebussen) lonten (een lont trekken van onder naar boven). Ik gebruik meestal lonten nr 6 of 8 afhankelijk van je diameter van je kaarsen. Heb je kleinere kaarsjes, 6, gebruikt je pringlebussen of melkpakken een 8 of een 10 lont.

Klaar met alles lonten? Dan ben je klaar om te gaan gieten. Kaarsvet au bain marie opwarmen. Je kleurtjes in stukjes breken en in aparte pannetjes doen en dan leuke designs maken. Ik houd altijd erg van laagje op laagje. Dat ziet er super leuk uit πŸ™‚

Het resultaat van 4 dagen achtereen kaarsen gieten:

Super leuk toch? Helemaal klaar voor de donkere dagen πŸ™‚