
Juli/augustus
Ik dacht ik ga weer eens een stukje schrijven. Ik kom nu op een gebied waar ik eigenlijk nooit zo bij stilsta. Het fijne, rust, reinheid, regelmaat en je langzaam maar zeker weer goed voelen. Mijn hang om het zware te benoemen neemt af. Ik heb denk ik al een shitload geuit het afgelopen jaar en een heel deel ook gevoeld en verdragen. Ik heb twee hele fijne vakantie weken gehad. Even op een andere plek zijn, andere mensen ontmoeten met andere visies. Even een andere omgeving, maar dan merken dat je je regelmaat en fijne dingen gewoon mee kunt nemen. Ook op een andere plek. Als ik overprikkeld raakte ging ik gewoon even in de caravan een filmpje kijken of even rusten. Als ik echt niet anders kon, omdat de buren zo lawaaiig waren, deed ik mijn loops in. Zo ontprikkelde ik tijdelijk. En met ingebouwde rust op gezette tijden kon ik toch meedoen aan onze vakantie plannen. Ik ben mee geweest naar het klimbos en we zijn steden wezen bezoeken. Steeds een ochtend of een middag. We hebben lekker aan een meertje gelegen. We zijn wezen wandelen en veel uit lunchen geweest. Twee weken was wat ons betreft genoeg en ook dat was fijn om samen te concluderen. Langer hoeft niet, het is goed zo. Fijne gedachte! En door alles wat we wel deden en wat we lieten een hele fijne vakantie gehad.
Én misschien voor mijn gemoedstoestand nog wel het beste; even was ik net als iedereen op vakantie. Was ik even niet degene die buiten de samenleving valt, maar onderdeel van de rest van Nederland. En dat deed me heel erg goed. Ik merk dat, omdat deze week school weer begint. En dan begint het weer. De wereld waarin anderen geld verdienen, meedraaien, niet raar zijn, niet anders, maar toch niet helemaal doen wat ik mooi vind om te doen. De maatschappij en mij…..dat is nog wel echt een struikelblok. Ik kies er niet voor om anders te zijn, maar tegelijkertijd weet ik ook dat ik nou eenmaal anders ben. En dat plaatst mij erbuiten. Zo voelt dat in ieder geval.
Maar…
Wat mij (nog) steeds bezig houd is; “ik wil een betaalde baan” vs. “O, nee, ik wil helemaal niet werken”. Psycholoog willen worden paste niet. Voor de klas staan ook niet. Hier creëren wel, maar in de praktijk leveren mijn hobby’s geen geld op. En mijn taken als huisvrouw ook niet. Dan heb ik nog mijn kwetsbaarheid. Die best fors is. Want, als ik uit de bocht vlieg, dan vlieg ik ook goed uit de bocht en kan ik vaak meteen opgenomen worden. Dus hoe vind ik mijn weg met mijn kwetsbaarheid, maar ook met mijn verlangens? en mijn hang naar zingeving. Dat ik voor mijn gevoel wat beteken.
Gisteren had ik een gesprek met mijn ervaringsdeskundige vanuit behandeling. En zij zei. Ja, als je steeds maar kijkt naar wat nog niet gaat en heel ver in de toekomst kijkt, dan stel je jezelf constant teleur. Terwijl, als je andersom kijkt. Hey, twee maanden geleden kon ik dit nog niet en dat nog niet en nu wel. Dan levert dat positieve gevoelens op. Dus kortom; “I need a change in perspective”.
Het grappige is dat, zo in behandeling zijnde, ik gewend ben om te benoemen wat allemaal niet goed gaat. “Ik ben maar een rare” of “ik kan ook helemaal niet werken ik ben te ziek”. “Dit kan ik niet en dat kan ik niet”. En dat is ook voor een groot gedeelte waar geweest het afgelopen jaar. Maar de laatste tijd begint dat te veranderen. Ik begin steeds meer weer wel te kunnen. Maar daarmee verschuift ook mijn energiebalans verdelen over de dag. Met meer kunnen komt de valkuil om of teveel te gaan doen of uit voorzichtigheid te weinig. En daarnaast het besef weer van: ja, ik ben kwetsbaar. Maar; ook nog steeds een mens. Hoe vind ik nu weer opnieuw een goede balans? En welke keuzes ga ik maken?

Schaamte, harde oordelen rondom (even) niet werken en zelfstigma.
September
Ik schaam me meer over mijn kwetsbaarheid dan ik tot nu toe dacht. Deze week viel me op hoe ik waarheden vertel, maar niet de hele waarheid. Hoe ik mijn mond houd als anderen het hebben over werk, en roosters en een “normaal” leven. Hoe ik het liefst even niet vertel hoe het nu met me is. Omdat ik het niet zo goed weet op het moment, maar ook, omdat ik denk; ik hoor er niet bij.
Inmiddels durf ik in ieder geval te benoemen dat ik niet werk. Dat is confronterend om te zeggen, maar ik merk dat de meeste mensen dat toch best normaal vinden. Van een enkeling krijg ik mijn angst terug te horen als ik dat zeg. Ik kreeg laatst de opmerking naar me toe; “Sommigen van ons gaan nog wat doen vandaag””. Alsof ik de hele dag niks doe als ik thuis ben en dat wat ik doe niet meetelt. Deze reactie heb ik vaker gehad en die maakt dat ik blokkeer. Mijn grootste criticus in mezelf zegt dan: “Zie je wel ik ben niets waard”. Ze zeggen het toch? ” Met als gevolg een hele zoot aan oude gevoelens die dan bovenkomen. Boosheid, schuld, schaamte..
Wat als ik nou gewoon meteen had gezegd: ik werk niet, want ik heb een psychische kwetsbaarheid? Ik heb psychoses gehad! Had ik dan met eerlijkheid mezelf beter kunnen redden? En het voor kunnen zijn?
Blijft lastig. Wat vertel je wel en wat vertel je niet en aan wie wel en aan wie niet. Mijn gevoel is daarbij leidend eigenlijk. Ik voel vaak goed aan; aan die wel en aan die niet. En ook het moment waarop je het zegt. Ik flap vaak niet meteen alles eruit, maar heb, zeker bij nieuwe mensen, altijd eerst wat vertrouwen nodig om het te zeggen.
Maar het meest stomme eigenlijk vind ik. Dat ik me überhaupt zorgen moet maken aan wie ik wat vertel. Er zou niet zo’n oordeel op moeten zitten, op psychische kwetsbaarheid. Als ik mijn been breek dan ga ik toch ook niet nadenken over aan wie ik wat vertel? Maar feit dat ik gekwetst kan worden als ik eerlijk en open ben en er toch nog stigma en taboe op rust, maakt dat ik dan toch liever mijn mond houd.
Daarbij komt ook nog iets anders om de hoek kijken. Als anderen een hard oordeel over je vellen. Is die ander dan wel iemand waar je überhaupt contact mee moet onderhouden? Mijn beste vriendin zei laatst: “Er is niets vreemds aan jou. Het gaat om die anderen. Die vinden daar wat van. Ga die mensen gewoon uit de weg. Daar heb je gewoon helemaal niks aan”. Dat is een manier om ermee om te gaan. Om de mensen die hard over je oordelen gewoon links te laten liggen en te denken; “ik heb echt helemaal niks aan jou”. Doei. En te gaan voor mensen die wel graag contact met je willen hebben. Kortom:

Maar dat is niet mijn manier. Tuurlijk, ja, het is slim en fijn om mensen om je heen te verzamelen die je echt kiezen voor wie je bent. Maar in dit geval ging het er meer om dat ik er juist een contact bij zou krijgen. Want; leuk en gezellig. En om dan maar meteen te kiezen voor: ‘ ik ga je uit de weg, want je denkt anders dan ik’, dat vind ik ook niks. Daar waar het schuurt ontstaat een glansje. Toch? Ik kwam er dus bij haar op terug. Hoe dat afliep lees je straks.
Open, eerlijk en trots, dat zou mooi zijn!
Eind september, begin oktober
Maar, even terug naar die schaamte. Dat ik me schaam voor mijn kwetsbaarheid, dat komt natuurlijk ergens vandaan. Ik wil niet anders zijn dan anderen. Ik wil ook werken, geld verdienen en bijdragen. Niet afhankelijk willen zijn van een uitkeringsinstantie. Gewoon werken voor je geld. Het shitte is alleen. Ik kan het (nog, of misschien wel nooit meer) niet. En ik heb nog niet helemaal gevonden wat “mijn ding” is. Ook natuurlijk, omdat die kwetsbaarheid ontzettend in de weg zit. Want, bij druk en (te) veel prikkels van buitenaf kan ik ontregelen. Maar er is ook een deel dat ik niet zo heb ontwikkeld, omdat er vroeger niet zoveel ruimte was om “mijn ding” te doen. Ik was vooral altijd bezig met de sfeer in huis. Waakzaam, omdat het ook mogelijk was dat dingen emotioneel ontplofte. En daardoor had ik vaak een vol hoofd. En trok ik me veel terug op mijn eigen kamer. Veilig, rustig en van mij. Aan de buitenkant zag het er in ons gezin altijd goed uit. Had ik een masker op en lachte ik vaak. Maar van binnen? Niemand had het erover. Niemand sprak uit wat hij echt voelde. Dat was mijn ouders niet geleerd. Dus hoe konden zij het mij dan leren? Vaak bleven dingen dan onuitgesproken en werden dingen over-gerationaliseerd en geanalyseerd. Maar gevoel? Wat er van binnen en achter die nep lach gebeurde? Dat leer ik eigenlijk dit afgelopen jaar pas. Hoe voelt dit, hoe heet dat. Is dat fijn om te voelen of niet. En zo niet, waar komt het vandaan? Durf je het helemaal te voelen en doorvoelen en kan je zien dat deze gevoelens ergens in je jeugd zijn opgebouwd, omdat het op dat moment hoogst noodzakelijk was, maar nu niet meer voor je werkt?

En te leren: open, eerlijk en trots te zijn over wat ik voel, wie ik ben en dus ook ten aanzien van mijn kwetsbaarheid. Ik denk de afgelopen tijd ook weer veel aan Franciscus van Assisi: Kun je accepteren wat je niet kan veranderen en veranderen wat je niet kan accepteren, en heb je de wijsheid om die twee uit elkaar te houden? Ik heb te accepteren dat ik deze kwetsbaarheid heb. Dat is niet te veranderen. Dat vond en vind ik nog steeds een bittere pil om te slikken. Maar daar begint alles. Als ik werkelijk kan accepteren dat ik een Psychose Spectrum Stoornis, PSS, (volgens Jim van Os op psychosenet, die schizofrenie net iets anders formuleert, maar met respect en duidelijk uitgelegd) heb en dat dat nooit meer weggaat, ontstaat er dan juist niet de ruimte die ik zoek? Namelijk; dit ben ik, en dit deel hoort bij mij. En daarbij betekent dat, dat ik met respect en mededogen naar mezelf mag gaan kijken. Ik kan en kon hier niets aan veranderen. Ik heb dit. Punt. Dan maar net zo goed er vriendelijk mee omgaan, want wat heb je er aan om boos te blijven op iets wat je niet kan veranderen? Dat is toch blijven trekken aan een dood paard? Zonde van je energie.
En veranderen wat ik niet kan accepteren? Daar ben ik nu veel mee bezig. Want, ik wil helemaal mezelf zijn en worden en blijven. Maar dat betekent soms ook, dat ik dingen die ik eerst wel accepteerde, nu niet meer accepteer. Of, omdat ze te ver van mezelf verwijderd zijn. Of, omdat ik voel; dit niet. Dat wel. Of omdat ik bepaalde levenshoudingen gewoon echt niet tof vind. Of begin te zien dat anderen het niet altijd bij het rechte eind hebben. Dat ik zelf ook kan nadenken en kan zien; dit is raar hoe jij hierover denkt. Daar klopt toch ook helemaal niks van. Ik haal “die ander” van zijn voetstuk. Daar waar ik altijd dacht; jij weet het beter dan ik. Verandert de laatste tijd in; ‘ik heb hier meer ervaring in dan jij’, dus nee, ik neem even niet klakkeloos aan wat je daar zegt. Verandering!
Ik kwam dus uiteindelijk terug bij diegene, die zo hard over me geoordeeld had in de sportschool. En ik zei: weet je waarom ik niet werk? Ik heb een psychosegevoeligheid en ik heb er nu drie gehad. Iedere keer dat het gebeurd staat mijn wereld helemaal op zijn kop, ben ik uitgeput, kan ik niet meer door. Heb ik minstens een jaar nodig (of zeg maar gerust 1,5 – 2 jaar) om daar van te herstellen en loop ik te balen dat ik zo weinig kan. Dan heb ik daarnaast een HBO opleiding sport gedaan en een Universiteit psychologie. Maar ik kan er niks mee en dat vind ik vreselijk. Ik ben altijd iemand geweest die graag leert, nieuwe dingen wil ervaren, leuke dingen wil doen, maar mijn kwetsbaarheid houdt me vaak tegen. Dan moet ik toegeven: dit kan ik niet. Weet je hoe kut dat is?
Ik formuleerde het anders, lol. Maar toen ik uitlegde hoe de vork echt in de steel zat, zag ik aan haar dat ze het begreep. Of ik nu wel of niet geaccepteerd ga worden door deze persoon. Het maakt me niet uit. Ik heb gezegd hoe het voor mij is en wat het met me doet. En dat was voor het moment genoeg. Ik voelde oprecht zelfvertrouwen in dat moment, omdat degene die het meest van me houd, ikzelf, achter me stond. En voelde “Ik ben goed genoeg”. “Dit is genoeg”. En ik werd a la minute blij. Dat was zo fijn!

Samenvattend
Over de afgelopen maanden schreef ik aan mijn tante die af en toe via de mail aan me vraagt hoe het gaat:
“Met mij gaat het inmiddels beter. Ik ben weer begonnen met sporten in de sportschool en dat vind ik heel leuk en gezellig. Ik kom er vaak ook moeders tegen van Keet haar school of andere vrouwen van mijn leeftijd. Even eruit en even ander soort contact dan alleen thuis, school of de buren. Het kost me nog best veel energie, i.v.m. alle prikkels toch. Maar, omdat ik het wel heel leuk en gezond vind doet het me op veel andere vlakken weer heel goed. Ik zit er nog wel mee, met dat ik niet kan werken, maar steeds vaker kan ik ook vredig thuis zijn en een rust ervaren die ik hiervoor, of sinds psychose 3, niet kon voelen. En dat vind ik een heel goed teken. Steeds vaker maak ik ook keuzes op of het goed voelt i.p.v. op mijn hoofd. En steeds kom ik dan eigenlijk weer terug op; ja, maar ik ben ook heel blij dat ik thuis mag zijn”.
Ik schilder en dat vind ik heerlijk. Ik naai, momenteel truien voor Keet en mezelf. Ik heb laatst nog kaarsen gemaakt voor de donkere dagen en inmiddels kan ik ook de rust vinden om een boek te lezen of een spelletje op de computer te spelen. Dat mag nu van mezelf. En ik kan steeds beter genieten. Van met Koos en Keet samen zijn. Met dat er wat minder van me gevraagd wordt en gewoon van het leven zelf eigenlijk. Dat ik mag doen wat ik fijn vind. En dat is heel fijn 😀”
Vergeleken met voor de vakantie is dit dan toch echt wel de vooruitgang. Ik ben meer tevreden, ik kan mijn dochter en man goed coachen, wat oplevert dat hij weer goed kan functioneren binnen zijn werk en mijn dochter meer zelfvertrouwen heeft. Mijn huisdieren zijn blijer, want nu ik thuis ben krijgen ze ook meer aandacht. Ik mag meer van mezelf en ik mag ook gehoor geven aan mijn gevoelens. En zo kom ik er eigenlijk steeds meer achter wat mijn eigen behoeftes zijn. En hiervoor kende ik die eigenlijk helemaal niet. En nu ik ook mijn behoeftes vervul op het moment dat het opspeelt, ben ik blijer, gaan dingen veel fijner en durf ik steeds meer.
Meer mijn mond open te doen, meer mezelf te zijn.
En dat is toch mooi!
P.S. Reminder aan zelf:

